Wat is een bedevaart?  Bedevaart naar  Renkum: wat is er te zien?  Wat is er te doen?  Bedevaarten 2017 Hoe stelt u uw eigen Bedevaart naar Renkum samen?  Hoe zijn de bedevaarten naar Renkum ontstaan?  Uit het (foto) archief

Rosarium Mariae

20 mysteriën uit het leven van  Jezus en Maria

 Marijke van Silfhout (tekst) en Bert Ploeger (foto’s)

 

 


DE MYSTERIËN VAN DE ROZENKRANS

“Christus is de icoon van de onzichtbare God” schrijft Paulus in zijn brief aan de Colossenzen. God is in Christus zichtbaar geworden. Zo is ook elke icoon het zichtbare teken van een onzichtbare realiteit. Het is opmerkelijk dat hoewel we niet weten hoe Christus of zijn Moeder eruit gezien hebben, er toch een innerlijk beeld bestaat; een oerbeeld. De heiligen op de iconen zijn een “Abbild” van het "Urbild”. Historische afbeeldingen zijner niet van vóór het jaar 200; wel zijn er legendes, zoals de doek van Veronica, en de afbeelding van koning Abgar uit Edessa (Urfa in Turkije) die zijn dienaren naar Jezus zond om Hem op te halen en die een afbeelding van Jezus zelf meekregen. Door deze afbeelding werd koning Abgar genezen. Ook is er een verhaal uit de Legenda Aurea, een verzameling verhalen rond heiligen, waarin verteld wordt hoe de evangelist Lucas Maria en het Kind schildert. Het is een veel voorkomend type geworden in de beeldende kunst. Een icoon is geen individuele persoonlijke uiting van een schilder; het is een afspiegeling van een goddelijk prototype en heeft deel aan de heiligheid daarvan. Maar dat is alleen mogelijk als de icoon op de juiste manier wordt gemaakt; de authenticiteit van de modellen moet door de traditie gegarandeerd zijn. De icoon is de spiegel waarin de onzichtbare wereld wordt weerspiegeld; ze is identiek met het prototype maar toch essentieel verschillend.  Zij is materie die toegang geeft tot het spirituele. De geheimen van de Rozenkrans vertellen het verhaal rond Jezus en zijn Moeder in 20 afbeeldingen.

 

EERSTE GROEP

DE BLIJDE GEHEIMEN

Deze geheimen zijn door leerlingen van de basisschool Don Bosco uitgevoerd in mozaïek alleen de essentie  is uitgebeeld.

1

 ANNUNCIATIE, OF DE VERKONDIGING AAN MARIA
 Lucas 1, 28-38 

De gebruikelijke afbeelding is deze, waarin de engel (Gabriël) binnentreedt in een kamer waar Maria zit of knielt voor een lessenaar waarop de boekrol geopend ligt. Zij leest een gedeelte uit de profeet Jesaja waarin verwezen wordt naar de goddelijke geboorte. Van boven komt een lichtstraal naar Maria toe; daarin bevindt zich een klein wit poppetje, of een duifje; deze afbeeldingen verwijzen naar de Heilige Geest. Soms heeft Maria een spintol in haar handen met een rode draad: zij weeft het voorhangsel  in de tempel dat scheurt op het moment van het sterven van Jezus.

 

 

2

VISITATIE

HET BEZOEK VAN MARIA AAN HAAR NICHT ELISABETH

De aartsengel  Gabriël heeft  Maria verteld dat haar nicht die onvruchtbaar zou zijn, in haar zesde maand is, want “Geen woord dat van God komt zal krachteloos zijn” (Lucas1, 36-38). Elisabeth wordt de moeder van Johannes de Voorloper, of de Doper.

Op de icoon is het moment te zien waarop de twee elkaar ontmoeten – Maria met fladderend kleed vanwege de haast waarmee ze gekomen is. Soms is te zien dat de twee kinderen in de vrouwen elkaar groeten. In de deuropening op de achtergrond staat vaak de man van Elisabeth, Zacharias de hogepriester van wie verteld wordt in de Schrift dat hij vanwege zijn twijfel aan het woord van de engel met stomheid geslagen wordt.  Op het moment van de geboorte van Johannes, wordt “zijn tong losgemaakt” en  zingt hij zijn lied over de grootheid van God.

 

3

DE GEBOORTE VAN CHRISTUS IN DE STAL TE BETLEHEM

De geboorte wordt beschreven in de evangeliën van Matteüs (1,18, 2) en Lucas (2, 1-20). Ook niet- canonieke geschriften schenken uitvoerig aandacht aan dit gebeuren. De vermenging van canoniek en niet-canoniek kwam in vroeg christelijke tijden veel voor, dat is terug te zien aan de iconen over de geboorte. In het westen houdt men zich aan de stal, meestal een ruïneus gebouwtje; altijd is ook een nieuw gebouw, soort tempel of kerk te zien. Dat wil zeggen dat het oude heeft afgedaan en een nieuw tijdperk van Gods geschiedenis met mensen is begonnen.  Soms zijn er engelen te zien in de velden ver weg en herders die naar de stal toe komen lopen. Op een gecombineerde voorstelling zien we ook de Magiërs uit het Oosten; de verschillende scènes kunnen ook los van elkaar weergegeven worden

 

 

4

  PRESENTATIE

  DE OPDRACHT VAN JEZUS IN DE TEMPEL
  Lucas 2, 22-40.

Op de 40ste dag na zijn geboorte gaan de ouders van Jezus naar de tempel om volgens de bepalingen van de wet een offer op te dragen.  Daar wordt hij ontvangen door de hogepriester Simeon en de profetes Anna. “ Simeon zou niet sterven eer hij Christus zou hebben gezien”. Hij neemt het Kind in zijn armen en looft God. Het Kind is daarmee gegeven aan Israel en de gehele mensheid. Het wordt ook wel gezien als de eerste ontmoeting van Jezus met de kerkelijke leiding. Te zien is ook een kooitje met daarin twee tortelduiven, dit is het offer dat iedere eerstgeborenen van het manlijk geslacht moest brengen volgens de wet.
 

 

 

5

 JEZUS ALS LERAAR IN DE TEMPEL
 Lucas 2: 41-51.

Lucas vertelt hoe Jezus op twaalfjarige leeftijd met zijn ouders naar Jeruzalem trok om daar  Pesach te vieren, het joodse feest dat herinnert aan de bevrijding van de slavernij in Egypte.

Zijn ouders merken aan het eind van de eerste dag op weg naar huis dat hij er niet is en gaan terug naar Jeruzalem om hem te zoeken. Pas na drie dagen vinden zij hem (verwijzing naar de drie dagen tussen zijn dood en verrijzenis).  Hij is in de tempel in gesprek met de schriftgeleerden. Op de ongerustheid van zijn ouders zegt Hij: “Waarom hebt ge Mij gezocht? Wist ge niet dat ik bezig moet zijn met de dingen van mijn Vader? “

Op dit type afbeelding is Jezus baardeloos afgebeeld vanwege zijn leeftijd en wordt hij omringd door wetgeleerden met boekrollen in hun hand en een verbaasde, eerbiedige uitdrukking op hun gezicht.

 

TWEEDE GROEP

DE GEHEIMEN VAN HET LICHT

Deze geheimen zijn gemaakt door Atelier Alkema in de vorm van Iconen uit de Koptische traditie.

1

DE DOOP VAN JEZUS IN DE JORDAAN

Allen vier de evangelisten  vertellen dat Jezus naar Johannes de Doper gaat om zich te laten dopen in de Jordaan. Johannes riep mensen  op zich te bekeren tot God en doopt hen in de Jordaan als teken van een nieuw begin. De Doop in de Jordaan is het beginpunt van het openbare leven van Jezus. De hemel opent en Gods stem klinkt:  “Dit is mijn Zoon de Geliefde”.
Het hemelsegment met eventueel de hand van God neemt in de compositie een prominente plaats in; stralen splitsen a.h.w. de rotsen uiteen. Alle aandacht is op Christus gevestigd  die in de rivier staat. Een verticale lijn loopt van God via de duif die de Heilige Geest symboliseert, naar Christus. De doop is hiermee symbool van de Drie - Eenheid.  Johannes in zijn kameelharen kleed doopt Jezus, engelen staan klaar met bedekte handen om het koningschap van Jezus aan te duiden. Ook hebben ze wel een doek, die kan verwijzen zowel naar de doek waarin het kind ligt bij de geboorte als naar de lendendoek aan het kruis.
Soms wordt er een klein figuurtje geschilderd die een vat leeggiet;  dit is de personificatie van de Jordaan.

 

2

OPENBARING VAN JEZUS OP DE BRUILOFT TE KANA

Johannes 2,1-11 Hier wordt verteld hoe Jezus en zijn moeder op een bruiloft zijn. Deze duurde enkele dagen en de wijn raakt op. Maria geeft dit door aan haar zoon, deze zegt: “Mijn uur is nog niet gekomen”. Toch geeft Hij bevel zes stenen waterbakken met water te vullen en er een glas van naar de tafelmeester te brengen. Deze is verbaasd en vraagt aan de gastheer waarom hij de beste wijn voor het laatst heeft bewaard.

De icoon verbeeldt twee maal de verbintenis tussen hemel en aarde; het aardse bruidspaar wordt gezegend door het hemelse- ofwel: de verbintenis van man en vrouw gebaseerd op de wijn die Jezus schenkt wordt gezegend door het hemelse bruidspaar.  De gestalte van Maria is personificatie van de kerk. Christus zelf is de bruidegom van de kerk die de bruid is op aarde.

 

3

 AANKONDIGING VAN HET RIJK GODS

MARCUS 1, 16,20, Matteüs 4,19. “Kom achter Mij aan en Ik zal jullie tot vissers van mensen maken”. (17) Jezus roept enkele leerlingen: Simon en Andreas die hun netten uitgooien en Jakobus en Johannes die in hun boot de netten aan het klaren zijn.

“Vissen”, een vroegchristelijk motief -Ichtus= grieks voor vis- dit woord bevat ook de griekse letters voor “Jezus Christus, Gods Zoon, Redder . Gelovigen werden pisciculi = kleine visjes,  genoemd. De apostelen worden tot mensenvissers gemaakt die de gelovigen redden uit het milieu van de zonde en hen vervolgens het verhaal van Gods’ Zoon vertellen. Elk symbool heeft een dubbele betekenis: water degenereert en regenereert, je kunt erin verdrinken en je kunt je erdoor reinigen. Het is christenen geboden zich dit gegeven op vrijdag te herinneren door vis te eten en geen ander dier. Vrijdag verwijst naar “Goede Vrijdag” de dag waarop Jezus stierf aan het kruis.

 
 

4

 DE GEDAANTEVERANDERING VAN JEZUS OP DE BERG TABOR- TRANSFIGURATIE

Matteüs 17,1-16, Marcus 9,2-13, Lucas 9,28-36 Met drie leerlingen: Petrus, Johannes, Jakobus, bestijgt Christus de berg Tabor om daar te gaan bidden. De oudtestamentische profeten Mozes en Elia verschijnen en samen staan ze in een goddelijk licht. Zo mooi en indrukwekkend is dit gebeuren dat Petrus het vast wil houden: “Zullen we drie hutten bouwen…” Dan komt er een wolk boven de berg waaruit de stem van God: Dit is mijn geliefde Zoon luistert naar Hem”.

In de icoon is mooi de zwijgende communicatie van de door goddelijk licht omgeven figuren te zien tegenover de opwinding, vrees, schrik van de drie leerlingen aan de voet van de berg. 

 

 

5

 JEZUS STELT DE EUCHARISTIE IN.

De laatste maaltijd die Christus met zijn leerlingen heeft is een Pesach viering. Pesach- herinnering aan de Uittocht uit Egypte en bevrijding van slavernij. Er wordt wijn gedronken, brood gegeten en een loflied gezongen het “Hallel”.  

De betekenis van het Laatste Avondmaal ligt in de communie: het is een prefiguratie van de Eucharistie.

Op de icoon die van Koptische oorsprong is, zitten de leerlingen rond een ronde tafel; Johannes- de leerling die Jezus liefhad-  vleit zich tegen Hem aan- Judas zal Jezus verraden en hij verdwijnt al met de zak geld die hij zal krijgen voor zijn verraad.

De anderen kijken naar Jezus en wijzen naar Hem- voor hen is Hij de Messias, de Gezalfde van God.

Op tafel staat de beker wijn en ligt brood, Jezus houdt brood in zijn hand; zijn lichaam zal gebroken worden zoals dit brood. 

 

 

DERDE GROEP

DE DROEVIGE GEHEIMEN

Deze geheimen zijn gemaakt door de Haarlemse groep en Atelier Alkema in de vorm van Iconen uit de Russische traditie.

1

JEZUS BIDT IN DOODSANGST TOT ZIJN HEMELSE VADER

Lucas 22,39-46, Marcus 14, 32-36, Matteüs 26, 36-40.

Jezus gaat met zijn leerlingen naar de Olijfberg, Hij vraagt zijn leerlingen met Hem te waken, maar zij vallen in slaap door verdriet en angst overmand.   Jezus is in doodsnood  en Hij bidt: “Vader laat deze beker aan mij voorbij gaan”.  Uit de hemel komt een engel met een beker: Jezus zal zijn lijden moeten aanvaarden. “Hij werd doodsbang en bad nog dringender”.

Soms is op de icoon te zien hoe een troep soldaten nadert.

 
 

2

 JEZUS WORDT GEGESELD

 Lucas 22,54-65, Matteüs 27,11-27, Marcus15,15  Omdat Jezus de Messias zou zijn, degene die door God aan het volk Israel is beloofd en omdat Hij zegt deze tempel weer te zullen afbreken en in drie dagen weer opbouwen, veroordeelt het Sanhedrin hem. Zij willen dat Pilatus het doodvonnis over Hem uitspreekt en uit laat voeren zijnde de wereldlijke macht.

Pilatus vindt geen schuld in Hem, maar uit angst voor oproer geeft hij toe en laat Jezus geselen en veroordeelt Hem tot de kruisdood.

 
 

3

 JEZUS WORDT MET DOORNEN GEKROOND

Matteus 27, 27-30, Marcus 15, 16-20, Johannes 19, 2 en 3 Pilatus gelaste toen Jezus te geselen. De soldaten vlechten een krans van doornen, zetten die op zijn hoofd en werpen Hem een purperrode mantel om de schouders. Daarna komen ze om de beurt naar hem toe en zeggen: “gegroet koning van de Joden! “En ze geven Hem klappen in het gezicht.

 
 

4

 JEZUS DRAAGT HET KRUIS NAAR DE BERG VAN CALVARIË

Marcus 15, 21,  Lucas 23, 26-31, Johannes 19, 17.

De icoon laat zien hoe Jezus door twee soldaten begeleidt wordt naar Golgotha, de z.g.  “schedelplaats”, waar de kruisiging zal plaatsvidragen hnden.

Jezus struikelt en zij dwingen iemand van de omstanders Jezus te helpen met het dragen. Deze man is Simon van Cirene. De andere twee veroordeelden dragen hun eigen kruis.
 

 
 

5

 JEZUS STERFT AAN HET KRUIS.

Matteüs 27, 45-55, Marcus 6,33-40, Lucas23, 44-50, Johannes  19, 17-30

Samen met het verhaal van de opstanding vormt dit gebeuren de kern van het christelijk geloof.

De oosterse kerk legt de nadruk op de vreugde en de verlossing die met Pasen plaatsvindt en niet op het lijden. Christus is dan ook niet afgebeeld als gebroken ontredderd figuur zoals in de westerse iconografie gangbaar is: de goddelijke Christus is onoverwinbaar en eeuwig; hij blijft ongeschonden. Slechts het menselijke in Hem kan lijden en sterven. Vaak wordt er een boom afgebeeld als kruis, symbool van nieuw leven.

Naast het kruis staat de moeder van Jezus, aan de andere kant de evangelist Johannes. Jezus plaatst Johannes onder de hoede van Maria als symbool van de kerk:  Johannes neemt Maria in huis: hij zal het geloof beschermen en koesteren. Uit de zijdewond komt water en bloed: hierin worden wel de symbolen van doop en eucharistie gezien.  Ook kan het wijzen op twee vormen van doop: het water voor de initiatie-  het bloed voor het martelaarschap.

Het kruis staat op een donkere grot waarin een schedel. De grot verbeeldt de onderwereld die Jezus door zijn vrijwillig sterven overwint; de schedel is van Adam. Christus is de “vernieuwde” mens, de ‘tweede Adam”. 
 

 
 

VIERDE GROEP

 DE GLORIEVOLLE GEHEIMEN

Deze geheimen zijn gemaakt door Willy Lagerwerf uit Veenendaal in de vorm van keramische reliëfs. 

1

 JEZUS VERRIJST UIT DE DODEN - OPSTANDING

Matteüs 28, 1-10, Marcus 16, 1-8, Lucas 24, 1-12, Johannes 20, 1-18

De opstanding zelf wordt in de icoonschilderkunst niet verbeeld, want er was niemand bij. In de westerse iconografie zijn er verschillende illustraties bij de verschillende verhalen.  De Paasicoon is niet de opstanding van Christus, maar de opstanding dóór Christus: de Anastasis. Dit is de neerdaling ter helle, Christus overwint het dodenrijk en neemt Adam en Eva- en daarin ieder die in Hem gelooft, mee naar buiten.

In de westerse verbeelding staat Christus komend uit de sarcofaag met de overwinningsvaan, de kruisbanier in zijn linkerhand terwijl Hij met zijn rechterhand zegent.

 
 

2

 JEZUS STIJGT TEN HEMEL- HEMELVAART
 Lucas 24, 50-53, Handelingen 1, 1-14.

Op de 40ste dag na Pasen stijgt Christus vanaf de olijfberg ten hemel. In de voorgaande periode is Hij verschillende keren aan zijn volgelingen verschenen. Vaak ziet men Christus in een aureool door engelen ten hemel gedragen: op de onderste helft staan de volgelingen met de Moeder Gods en engelen die zeggen: “ Wat staan jullie naar de hemel te staren? Jezus die uit uw midden is weggenomen zal op dezelfde wijze komen als jullie Hem hebben zien opstijgen ten hemel”.

Zij zijn het die het verhaal van Christus verder zullen moeten brengen

 

 

3

 DE HEILIGE GEEST DAALT NEER- PINKSTEREN

Op de 50ste ( Grieks= pentekostos) dag na Pasen valt het Pinksterfeest, waarbij herdacht wordt dat de Heilige Geest, God in zijn derde verschijningsvorm, neerdaalt uit de hemel op de apostelen en op zijn Moeder de kerkgemeenschap.

In het Bijbel boek Handelingen 2, 1-12 staat dat de Pinkstergeest zich openbaart als vuur en als wind.

Hier wordt vervuld wat Christus zegt in Johannes 14,26: “Maar de Trooster, de Heilige Geest, die de Vader zenden zal in mijn naam, die zal u alles leren en u te binnen brengen alles wat ik u gezegd heb”.

 

 

 

 

4

 MARIA WORDT IN DE HEMEL OPGENOMEN

Dit verhaal staat niet in de Bijbel. Maria moet tussen 36-50 na Christus zijn overleden of in Jeruzalem, of in Efeze. Volgens een apocrief verhaal  waren alle apostelen hierbij aanwezig behalve Tomas. Toen hij kwam was Maria al begraven. Om haar eer te bewijzen bezoekt Tomas haar graf. Hij ziet dan in een visioen dat Maria ten hemel opgenomen wordt; zij schenkt haar gordel aan hem. De anderen geloven hem niet, tot hij de gordel toont en het lege graf.

De Legenda Aurea van Jacobus de Voragine (13e eeuw)vertelt een verhaal dat meer aansluit bij de Bijbel: ook hier zijn alle apostelen behalve Tomas getuige van het overlijden van de Maagd, maar eveneens van de ten hemel opneming. Als Tomas zich later bij hen voegt, gelooft hij hen niet. Plotseling valt de gordel van Maria uit de hemel; dat is voor Tomas het bewijs!

Na het Concilie van Efeze (431) waar Maria de titel “Moeder van God” (Theotokos) kijgt, neemt de Maria- verering een grote vlucht.

 

 

5

 MARIA WORDT IN DE HEMEL GEKROOND.

“Er verscheen een groot teken aan de hemel: een vrouw bekleed met de zon, de maan onder haar voeten en op haar hoofd een kroon van 12 sterren….”(Apokalyps 12, 1). Deze vrouw is de verbeelding van de kerk, maar ook symbool van Maria, de moeder van Jezus die haar op Calvarië toevertrouwt aan Johannes, de schrijver van dit Bijbelboek.

Dit Maria feest wordt door paus Pius XII in 1954 ingesteld als antwoord op het eensluidende geloof van de traditie. Deze traditie heeft haar steeds als koningin erkend, omdat zij de moeder is van de Koning der Koningen. De kroning van Maria tot koningin van heel de schepping is nauw verbonden met de ten hemelopneming van haar ziel en haar lichaam.  

 

 

COLOFON

Het Rosarium Mariae is ontstaan door het werk van een groot aantal vrijwilligers:

de ‘parkgroep’, die de paden heeft aangelegd, de kapelletjes en de banken heeft gemaakt en geplaatst;

de ‘mozaiëkgroep’, die bestond uit leerlingen en docenten van groep 8 van de Don Bosco school;

de ‘Íconengroep’, die bestond uit parochieleden o.l.v. Atelier Alkema en mensen uit Haarlem;

Willy Lagerwerf uit Veenendaal die de reliëfs heeft gemaakt.